• Telephone:+31 20 59 82598
  • Room nr:11a-41
  • E-mail:w.g.reijnierse@vu.nl
  • Unit:faculteit der letteren (taal en communicatie)
  • Position:Promovenda

Aanwezig: maandag t/m donderdag

Personal web page in English

Onderzoeksinteresses

Metaforiek in geschreven en gesproken taal, dagelijks taalgebruik, corpus linguïstiek, cognitieve linguïstiek, contrastive taalkunde

Werktitel promotieonderzoek

The Value of Deliberate Metaphor

Onderzoek

Promotie-onderzoek

Op 15 september 2011 ben ik binnen het Metaphor Lab begonnen met mijn promotie-onderzoek naar opzettelijke metaforen in gesproken en geschreven hedendaags Engels taalgebruik. Ik word hierin begeleid door Gerard Steen.

Metaforen spelen een belangrijke rol in ons dagelijks leven. Uit recent corpuslinguïstisch onderzoek is gebleken dat gemiddeld één op de zeven woorden in taalgebruik metaforisch gebruikt is. Het is duidelijk dat lang niet al deze metaforisch gebruikte woorden opzettelijk als metaforen aan de taaluiting zijn toegevoegd of als zodanig worden verwerkt. Voor de meeste mensen is een werkwoord als verdedigen in een zin over het verdedigen van een standpunt in een discussie niet metaforisch. Als politicus Geert Wilders daarentegen spreekt over Een tsunami van islamisering, wordt dit gezien als één van zijn sterkste retorische middelen. Er bestaat namelijk een wezenlijk verschil tussen de metaforiek in een standpunt verdedigen (waarin een aan oorlog gerelateerd werkwoord wordt gebruikt om een betekenis in een discussie uit te drukken) aan de ene kant, en de tsunami van Wilders (waarin de hoorder of lezer wordt gevraagd het onderwerp van gesprek door middel van vergelijking in een ander perspectief te zien) aan de andere kant. De vraag is echter wat precies het verschil is tussen de niet-opzettelijke vormen van metafoorgebruik en de opzettelijke vormen, maar ook wanneer metaforen opzettelijk worden gebruikt en wat het effect daarvan is.

In de meest spraakmakende onderzoekstraditie op dit terrein werden opzettelijke metaforen buiten beschouwing gelaten omdat in deze cognitief-linguïstische benadering de nadruk lag op de onbewuste, automatische en snelle verwerking van metaforen. Pas met de recente opkomst van andere benaderingswijzen van figuratief taalgebruik zijn vragen over de verschillen tussen bewuste en niet-bewuste metaforen erkend als cruciale vragen binnen de theorievorming rondom metaforen. Over de verschillen tussen deze twee typen van metaforiek zijn in de literatuur verschillende suggesties gedaan, maar deze vormen nog geen consistente theorie.

In mijn promotie-onderzoek wil ik een dergelijke theorie opbouwen door te onderzoeken wat de waarde van opzettelijke metaforen in gesproken en geschreven taalgebruik is. Nadat op basis van recente literatuur een helder beeld is verkregen van opzettelijke metaforen zullen de metaforen uit het VU Amsterdam Metaphor Corpus als basis dienen voor het ontwikkelen van een expliciete, onafhankelijke procedure voor het identificeren van deze opzettelijke metaforen in gesproken en geschreven taalgebruik. Het geannoteerde subcorpus dat uit deze identificatiefase resulteert wordt vervolgens gebruikt om verschillende kwesties met betrekking tot metaforiek in taalgebruik te onderzoeken, bijvoorbeeld hun distributie in het corpus en de relatie tussen woordsoorten en registers of hun communicatieve functies. Tot slot zal door middel van psycholinguïstische experimentatie worden onderzocht hoe metaforen worden herkend en hoe deze worden verwerkt en geïnterpreteerd door de hoorder/lezer.

Een dergelijke benadering van opzettelijke metaforen kan een essentiële bijdrage leveren aan het oplossen van de zogenaamde ‘paradox of metaphor’, die stelt dat de meeste metaforen niet als metafoor worden verwerkt (door middel van een vergelijking) maar slechts met behulp van simpele lexicale processen worden ontcijferd. Bovendien kan de theorie met betrekking tot opzettelijke metaforen die in deze aanvraag tot stand zal komen als startpunt dienen voor verder onderzoek dat afhankelijk is van een expliciete visie op dergelijke vormen van figuurlijk taalgebruik.

Masterscriptie

Reijnierse, W.G. (2011). The Consequences of Using One Dictionary (and Not Another) for Metaphor Identification in French. Research Master Thesis.

Voor mijn scriptie heb ik onderzoek gedaan naar de consequenties van de keuze voor een bepaald woordenboek op het aantal geïdentificeerde metaforen in een tekst. Hiervoor heb ik een corpus bestaand uit 50,000 woorden uit Franse nieuwsteksten geanalyseerd met de Metaphor Identification Procedure (MIP) (Pragglejaz Group, 2007). Dit deed ik één keer met het woordenboek Le Petit Robert en één keer met Le Grand Robert & Collins. Uit de resultaten bleek dat met name voor inhoudswoorden (bijwoorden, zelfstandig naamwoorden, werkwoorden) beide woordenboeken regelmatig tot andere conclusies over de aanwezigheid van metaforen komen. Voor functiewoorden leidden beide woordenboeken vaker tot dezelfde conclusie.

Pulicaties

 

  • Reijnierse, Gudrun (2010). Op zoek naar metaforen in het Frans, kan de Metaphor Identification Procedure ze helpen vinden? Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 83, 55-65.

Presentaties op conferenties

Links

 


Ancillary activities

 

 
No ancillary activities
 
Last changes Ancillary activities: Amsterdam, 16 May 2012
© Copyright VU University Amsterdam

spamfuik@vu.nl