Home > Onderwijs > Bacheloropleidingen > Algemene cultuurwetenschappen > Hoe is de opleiding ingedeeld?

Algemene cultuurwetenschappen

Hoe is de opleiding ingedeeld

In de opleiding Algemene Cultuurwetenschappen maak je stap voor stap kennis met onze beeldcultuur. Je leert hoe je de nieuwste ontwikkelingen historisch kunt plaatsen, theoretisch analyseren en met elkaar vergelijken. In het eerste en tweede jaar krijg je naast een oriënterende inleiding, een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de grafische vormgeving, reclame, film, televisie en digitale media. Daarnaast maak je kennis met de theoretische grondbeginselen van de beeldtaal. In het derde jaar krijg je het eerste half jaar de mogelijkheid je kennis te verbreden of te verdiepen door een minor te volgen, of door het volgen van universitair onderwijs in het buitenland, of door stage te lopen. In de tweede helft van je derde jaar verdiep je je vervolgens in de theorie en praktijk van vormgeving of in de kunst van het vergelijken.

Twee majoren

ACW aan de VU kent een tweemajorenstructuur. Dat wil zeggen dat je de major (hoofdvak) ACW altijd combineert met een tweede major. Daarbij kun je een keuze maken uit de volgende majoren:

  • Architectuurgeschiedenis  
  • Beeldende kunst  
  • Communicatie- en informatiewetenschappen
  • Engelstalige letterkunde  
  • Literatuurwetenschap 
  • Nederlandse letterkunde  

Meer informatie over de combinatiemogelijkheden

Het programma


Het eerste jaar
In het eerste jaar krijg je een algemene inleiding tot beeldcultuur en een overzicht van de geschiedenis van het gedrukte beeld, van film, radio en televisie en digitale media. Daarnaast volg je de algemene vakken Academische Vaardigheden (AcVa), leer je welke bronnen een Kunst- en Cultuurwetenschapper zoal kan gebruiken en hoe daar kritisch mee om te gaan en krijg je, afhankelijk van je majorcombinatie, een inleiding in Kunst en Cultuur of in Communicatiewetenschap of Literatuurwetenschap.

Het tweede jaar
In het tweede jaar maak je kennis met de theoretische grondbeginselen van de beeldtaal. Een vak als Beeld in Context gaat in op verschillende manieren waarop een beeld bestudeerd kan worden. Ook leer je methodes en concepten om speelfilms, games en documentaires te analyseren. Daarnaast volg je een onderzoeksvak waarin de digitalisering en archivering van onze Nederlandse televisiegeschiedenis centraal staat. Je sluit het tweede jaar af met het vak reclame en visuele communicatie.

Het derde jaar
In het derde jaar kies je voor een van de volgende specialisaties:

  • Vormgeving: theorie en praktijk;
  • Kunst van het vergelijken.

Beide bereiden voor op de masteropleiding Comparative Arts and Media Studies en haar twee specialisaties: Intermediality en Design Cultures. Daarnaast heb je een grote keuzeruimte, die je naar eigen inzicht invult (zie Verdere verbreding en verdieping hieronder).   Je sluit de opleiding af met een interdisciplinaire scriptie. Wie de bachelor haalt krijgt automatisch toegang tot de Master Comparative Arts and Media Studies.

 

Verdere verbreding en verdieping

In het bachelorprogramma is het eerste semester van jaar 3 gereserveerd voor de minor (30 studiepunten). Deze minor is bedoeld ter verbreding of verdieping van de eerste major of de combinatie van majoren en is zoveel mogelijk een samenhangend geheel van onderdelen. Per opleiding of combinatie van majoren zijn aanbevolen minorpakketten vastgesteld. Deze zijn te vinden in de studiegids bij de betreffende opleiding. In principe is de minor keuze vrij, maar soms zijn bepaalde minorvakken verplicht om toegelaten te worden tot bepaalde masteropleidingen, zoals de MA Journalistiek of de MA Museumconservator.

De minorruimte kan ook gebruikt worden voor kennismaking met de beroepspraktijk via een stage of voor een verblijf aan een buitenlandse universiteit. Zie voor meer mogelijkheden de pagina's Minoren en keuzevakken, Stagemogelijkheden en Studeren in het buitenland op deze site. Kijk voor meer facultaire informatie over de minoren en keuzevakken hier.

Jaarindeling

Het jaar is ingedeeld in twee semesters, die elk bestaan uit 3 perioden: 2 perioden van 8 weken en 1 periode van 4 weken. De perioden van 8 weken bevatten 7 weken college, gevolgd door een tentamenweek. Week 7 kan ingevuld worden als inhaalweek, herhalingsweek, voor proef- of deeltentamen, dagexcursie of vragenuurtje. De periode van 4 weken (de maanden januari en juni) is bestemd voor zelfstudie, het afronden van werkstukken en intensieve cursussen of excursies. 
 
Tentamenweken
Er zijn 6 tentamenweken per jaar, aan het eind van iedere periode. Voor ieder tentamen heb je in principe 1 herkansing.

Jaarschema ACW

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl