Home > Onderwijs > Bacheloropleidingen > Archeologie > Majorcombinaties

Majoren beschrijving

De richting Culturele Archeologie aan de VU kent een tweemajorenstructuur. Dat betekent dat je een combinatie van twee ‘majoren’ (hoofdrichtingen) doet. Als cultureel archeoloog zijn je majoren West-Europese archeologie en Mediterrane archeologie. Eén van de majoren wordt je eerste major. Hierover schrijf je je bachelorscriptie en je doet je veldwerk en excursie in de regio van je eerste major.

Mogelijke majorcombinaties Archeologie

Major Mediterrane archeologie

De major Mediterrane Archeologie betreft de archeologie van het Middellandse Zeegebied tussen 1500 voor en 500 na Christus. Centraal staat de wereld van Grieken en Romeinen, maar ook de geschiedenis van de Etrusken en van Kreta, Mycene en het Nabije Oosten komt uitgebreid aan bod. Als archeoloog baseer je je daarbij op materiële en landschappelijke resten; tijdens je opleiding leer je hoe je die resten aan het licht kunt brengen en hoe je ze kunt analyseren, onder andere door middel van opgravingen, landschapsonderzoek en materiaalpractica. Daarnaast leer je hoe je deze resten kunt interpreteren en hoe je op grond hiervan een verantwoord historisch beeld kunt vormen. Dat dit goed gebeurt, blijkt uit de Keuzegids Hoger Onderwijs. De VU-opleiding Archeologie is op basis van beoordelingen door studenten en vakgenoten van andere universiteiten als beste archeologieopleiding van Nederland uit de bus gekomen.

BAp6

De major Mediterrane archeologie in het kort
Tijdens de eerste twee jaren oriënteer je je breed op het werk van de mediterraan archeoloog; je besteedt aandacht aan kunst, samenleving en landschap van Griekenland en Rome, maar ook aan die van andere samenlevingen uit de Oudheid. Ter afsluiting ga je op veldwerk in het Middellandse Zeegebied. In het derde jaar kom je in aanraking met allerlei specialisaties, zoals de studie van antieke munten en het archeologisch onderzoek van religie en etniciteit. Ook ga je dan op excursie naar de mediterranée. Tot slot bepaal je in dit jaar of je in de Mediterrane archeologie wilt afstuderen. Als dat het geval is, dan schrijf je een afsluitende bachelorscriptie waarin je laat zien dat je zelfstandig een mediterraan archeologisch thema kunt onderzoeken.

Als je Mediterrane Archeologie als eerste major kiest dan kan deze ook gecombineerd worden met de major Oude geschiedenis.

Major West-Europese archeologie

De major West-Europese Archeologie heeft betrekking op de archeologie van Noordwest-Europa in de periode tussen 1500 voor en 500 na Christus. Centraal staan hier de veranderingen die optraden in de inheemse samenlevingen van Noordwest-Europa nadat deze deel waren geworden van het Romeinse rijk. Daarnaast zijn de samenlevingen uit de late prehistorie (Brons- en IJzertijd) onderwerp van studie.

De geschiedenis van deze samenlevingen wordt bestudeerd op basis van materiële overblijfselen die daartoe in hun historische, sociale en landschappelijke context worden onderzocht. Tijdens de studie wordt de nodige aandacht besteed aan materiaalstudies en archeologisch veldwerk in de vorm van opgravingen en/of veldkarteringen, maar ook aan theorie- en modelvorming die nodig zijn voor de interpretatie van de archeologische gegevens. Het is deze combinatie van het archeologisch handwerk en een theoretische oriëntatie die het handelsmerk is van de opleiding aan de Vrije Universiteit. De opleiding bereidt daarmee uitstekend voor op een breed palet aan beroepsmogelijkheden in zowel de veldpraktijk als het wetenschappelijk onderzoek. 

BAp7

De major West-Europese archeologie in het kort

Tijdens de eerste twee jaren oriënteer je je breed op het werk van de West-Europees archeoloog. Je maakt kennis met de rijk geschakeerde archeologische nalatenschap van de samenlevingen uit de late prehistorie en Romeinse tijd van Noordwest-Europa (hunebedden, urnenvelden, Keltische goudschatten, Romeinse legerplaatsen, stadscultuur, leven op het Romeinse platteland). Ook krijg je in zowel concrete case-studies als in speciale modules over methoden en technieken de instrumenten aangereikt waarmee de archeoloog zijn verhaal over het verleden opbouwt. Elke zomer trek je het veld in en doe je ervaring op met de verwerving en verwerking van primaire archeologische gegevens en leer je wat het betekent om in teamverband te werken.

Het derde jaar is meer gericht op de precieze archeologische en historische context van het archeologisch bronnenmateriaal en de consequenties die daaruit voor de interpretatie zijn te trekken. Dit gebeurt vooral in enkele thematische collegereeksen, die bijvoorbeeld betrekking hebben op de studie van antieke munten en het archeologisch onderzoek naar de impact van het Romeinse leger. Ten slotte bepaal je in dit jaar of je in de West-Europese archeologie wilt afstuderen. Als dat het geval is, dan schrijf je een afsluitende bachelorscriptie waarin je laat zien dat je zelfstandig de stand van zaken met betrekking tot een bepaald thema uit de West-Europese archeologie kunt weergeven. 

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl