Home > Onderwijs > Bacheloropleidingen > Geschiedenis > Majorcombinaties

Majorbeschrijving

De opleiding Geschiedenis kent vier majoren: Oude Geschiedenis, Middeleeuwen/Vroegmoderne Geschiedenis, Contemporaine Geschiedenis en Global History. In het eerste jaar volg je al deze vier majoren. Hoewel je bij de opleiding Geschiedenis pas in je tweede jaar twee majoren (hoofdvakken) hoeft te kiezen, is het door de tweemajorenstructuur in beginsel ook mogelijk om meteen al in het eerste jaar een major geschiedenis met een major uit een andere opleiding te combineren, of om vanaf het eerste of het tweede studiejaar een geschiedenismajor te combineren met een ‘interdisciplinaire major’, waarin docenten uit verschillende opleidingen met elkaar samenwerken. 

Als eerste of tweede major geschiedenis kun je kiezen uit:

  • Oude Geschiedenis
  • Middeleeuwse en Vroegmoderne Geschiedenis
  • Contemporaine Geschiedenis
  • Global History

Verder zijn combinaties mogelijk van een geschiedenismajor met een van de volgende majoren buiten Geschiedenis: 

  • Architectuurgeschiedenis
  • Beeldende kunst
  • Engelstalige letterkunde (specialisatie Amerikanistiek) 

Mogelijke majorcombinaties Geschiedenis

Oude Geschiedenis

De major Oude Geschiedenis leidt je in de beschavingen van de Oudheid in, dat wil zeggen van de Griekse, Romeinse en Oudoosterse wereld in de periode van ca. 3000 v. Chr. tot ca. 600 na Chr. In je eerste jaar volg je een basiscursus Geschiedenis van de Oudheid, waarin je een overzicht krijgt van de geschiedenis van die periode (in een hoorcollege wordt de stof toegelicht). Tot die cursus behoort ook een werkcollege, waarin een tiental thema's nader wordt uitgediept aan de hand van (vertaalde) oude teksten, archeologisch materiaal en enige moderne artikelen over onderwerpen als 'het koningschap in Assyrië en Perzië', 'de Atheense democratie', 'sociaal-economische ontwikkelingen in de Romeinse republiek', 'vervolging en martelaarschap.' In je eerste jaar kies daarnaast een vergelijkbaar overzichtcollege van een andere major.

In je tweede jaar krijg je een cursus over antieke godsdiensten, d.w.z. van de Mesopotamiërs, de Israëlieten, de Grieken en de Romeinen. Daaran is er de cursus “Inleiding Historische Bronnen”. In dit college wordt een aantal thema’s uit de oude geschiedenis aan de hand van allerlei typen geschreven bronnen belicht. Je krijgt dan een goed inzicht in de wijze waarop onze kennis van de oude geschiedenis tot stand komt. In het tweede semester krijg je een responsiecollege over het "Hellenisme"; dat is een periode in de cultuurgeschiedenis die met Alexander de Grote wordt ingezet. We lezen en bediscussiëren op college een opgegeven pakket literatuur, gevolgd door tentamen. Daarna is er werkcollege oude geschiedenis over een jaarlijks wisselend onderwerp. Studenten worden getraind in zelfstandig onderzoek.

In het derde jaar volg je een groot werkcollege voor gevorderden. Je kunt kiezen uit het zgn. Interdisciplinair College van de opleiding Oudheidkunde. Je kunt ook kiezen voor het derdejaars werkcollege oude geschiedenis in het tweede semester. Ten slotte is er plaats voor een zelfgekozen hulpvak, zoals b.v. numismatiek (muntkunde); Latijnse epigrafie; een onderdeel archeologie. Studenten die oude geschiedenis als eerste major kiezen, nemen ook in de major het vak Algemene Historiografie op. De major oude geschiedenis is goed te volgen voor studenten die geen Grieks en Latijn in hun pakket hebben. Voor studenten die verder willen met het vak worden cursussen in oude talen in de minorruimte aanbevolen.

Middeleeuwse en Vroegmoderne geschiedenis: overzicht van de periode 600 tot 1870

Wie de huidige westerse wereld in het algemeen en Nederland in het bijzonder vanuit een lange-termijnperspectief wil begrijpen, volgt de major Middeleeuwen / Vroegmodern, die wordt verzorgd vanuit de leerstoelgebieden Middeleeuwse Geschiedenis en Cultuurgeschiedenis. In het eerste jaar van deze major lopen we de hele middeleeuwse en vroegmoderne geschiedenis van het Westen langs, vanaf het eind van de Oudheid, via Karel de Grote en Lodewijk de Heilige, Karel V en Lodewijk de Veertiende, de Glorious Revolution en de Franse Revolutie, via Dante en Shakespeare, Thomas van Aquino en Spinoza, tot het midden van de negentiende eeuw. Je raakt vertrouwd met de manier waarop de fundamenten van de moderne samenleving en cultuur zijn gelegd.

In de eerste helft van het tweede jaar wordt dieper ingegaan op de geschiedenis van Nederland, met aandacht voor thema’s als de staatsvorming in de tijd van de Bourgondische hertogen, de Opstand en het functioneren en de machtsontplooing van de Republiek, maar ook voor de economische en culturele bloei van ons land en voor de bijzondere godsdienstige ontwikkeling hier te lande. Vanaf dit moment ligt de nadruk dus op de periode vanaf de Late Middeleeuwen. Het programma is zo opgebouwd dat je gericht kunt kiezen voor de Late Middeleeuwen of voor de Vroegmoderne Tijd, of – als je dat wilt – voor allebei.

Met de behandeling van de Europese / Westerse geschiedenis in het eerste jaar en de Nederlandse geschiedenis in de eerste helft van het tweede jaar is de basis gelegd voor een thematische uitwerking in de diepte, die plaatsvindt in werkcolleges in het tweede semester van het tweede en in het derde jaar. Er wordt nu vooral aandacht besteed aan de geschiedenis van drie actuele en onderling sterk verbonden onderwerpen, namelijk cultuur, religie en communicatie. Deze thema’s vind je terug in colleges zoals die over ‘Communicatie voor de massamedia’, ‘Tolerantie’, de ‘Intellectuele en wetenschappelijke cultuur van Europa 1350-1700’, en ‘De familie en de dood’. Geïnspireerd door een van deze colleges, of op grond van geheel eigen interesse, kies je ten slotte een bachelorscriptie die je schrijft onder leiding van één van de docenten.

Hulpvakken die voor de major Middeleeuwen/ Vroegmodern nuttig zijn en die door docenten uit dit vakgebied worden aangeboden, zijn Middeleeuws Latijn en Paleografie. Dit laatste vak heb je nodig om ongepubliceerde, in archieven bewaarde bronnen in oud schrift te kunnen ontcijferen.

Contemporaine Geschiedenis: geschiedenis van de westerse wereld vanaf 1870 tot heden

In de major Contemporaine geschiedenis ligt het accent op de negentiende en twintigste eeuw en op politieke geschiedenis. Deze wordt behandeld in samenhang met sociaal-economische en culturele ontwikkelingen. Het programma is georganiseerd rondom drie thema’s:

  • Staatsvorming, natievorming, burgerschap 
  • Kolonialisme en dekolonisatie 
  • Contemporaine geschiedenis en de grote debatten in de geschiedschrijving
Bij al deze thema’s wordt specifiek aandacht besteed aan vraagstukken met betrekking tot gender, etniciteit, religie en afkomst. De Nederlandse geschiedenis krijgt in elk studiejaar speciale aandacht, vanuit een internationaal-vergelijkend perspectief. Hierbij wordt nadrukkelijk over de grenzen van Europa en de Westerse wereld heen gekeken.

Deze major kan gecombineerd worden met andere geschiedenismajoren: Oude geschiedenis, Middeleeuwse en Vroegmoderne geschiedenis, Global History. Ook kan een combinatie worden gemaakt met Algemene Cultuurwetenschappen, Transatlantische studies, Duits of Beeldende Kunst/Architectuurgeschiedenis.

De inleidende cursus in het eerste jaar behandelt het overkoepelende thema Staatsvorming, natievorming, burgerschap vanaf de negentiende eeuw. Eerst wordt de internationale politiek behandeld, vervolgens wordt ingezoomd op Nederlandse geschiedenis in samenhang met internationale ontwikkelingen. In het tweede en derde jaar kiezen de studenten een combinatie van vakken over thema’s uit zowel de Nederlandse als internationale geschiedenis. Daarbij komen tevens verschillende genres van geschiedschrijving aan bod. Denk aan biografieën, oral history, stadsgeschiedenis of herinnering en geschiedschrijving. Voorbeelden zijn de cursus 'Wederopbouw, welvaart en sociale onrust’ over Nederland na 1945, Nederlands kolonialisme in Europees perspectief en History and memory of World War II. De docenten staan open voor de grote vragen die voortkomen uit de studie van de geschiedenis en hebben, in verband met leeronderzoek en stages, nauwe contacten met bijvoorbeeld de archiefsector en het museumwezen. Zij moedigen de studenten aan om zich goedgeïnformeerde, weloverwogen en onafhankelijke oordelen te vormen over de contemporaine geschiedenis.

Global History

Internationaal is in het historisch onderzoek en onderwijs een groeiende aandacht ontstaan voor Global History. Deze binnen de afdeling Geschiedenis nieuwe historische discipline komt voort uit een intensieve samenwerking tussen de leerstoelen Economische en Sociale Geschiedenis en Mondiale geschiedenis in antropologisch perspectief.

Global History houdt zich bezig met de manier waarop en de mate waarin samenlevingen, culturen en fysieke milieu’s in verschillende delen van de wereld – zowel binnen als buiten Europa - met elkaar worden verbonden.

In het eerste jaar ligt de nadruk op het verwerven van overzichtskennis van de Global History vanaf ca. 1300 tot heden. Daartoe volg je colleges over het handboek en neem je deel aan werkgroepen.

Aan het begin van het tweede jaar volgt een cursus over theorie en praktijk van de Global History. Deze bestaat uit het vak Global History in debat (5 stp), waarin de belangrijkste ideëen, benaderingen en discussies in deze tak van de geschiedenis worden uitgediept, en een werkcollege van 5 stp. waarin het verband met de praktijk wordt gelegd. Je kunt hierbij kiezen tussen een werkcollege over een bepaalde regio (vergelijking Europa-China) of een bepaald thema (Water in wereldsteden). In het tweede semester kunnen studenten kiezen uit twee thematische pakketten van elk 10 punten:

  • een pakket over de relatie tussen Nederland en de wereld, bestaande uit een hoorcollege ‘Nederland en de wereld’ (met accent op economische en sociale aspecten van ca.1500 tot 1800) en een werkcollege, naar keuze over ‘Buitenlanders in Nederland’ of ‘De VOC in Zuid-Afrika’.
  • een pakket  over het thema ‘Democratisering’, waarin de relatie tussen politiek, samenleving, economie en cultuur wereldwijd wordt uitgediept, bestaande uit een hoorcollege ‘Democratisering 19de/20ste eeuw’ en een werkcollege, naar keuze over ‘De Derde Golf van democratisering in Europa’ of ‘Democratisering en China’.
In het derde jaar leer je hoe je onderzoek kunt doen in Global History. In 2009-2010 staan drie onderzoekswerkcolleges (van elk 10 stp) op het programma: één over Netwerken in de Indische Oceaan in de twintigste eeuw, één over Europa en de Pax Americana en  één over maritieme geschiedenis van 1600 tot heden. Ook de historiografie over verschillende aspecten van Global History komt in het derde jaar aan bod.

Bij de major worden drie hulpvakken aangeboden (van elk 5 stp) die relevant zijn voor een specialisatie in Global History: ‘Oriëntatie sociologisch-economisch denken’, ‘Oriëntatie internationale economie’ en ‘Percepties van het verleden’.

Interdisciplinaire tweede major “Geschiedenis in Antropologisch perspectief”

Bij Geschiedenis in Antropologisch perspectief doe je kennis op van diverse culturele contexten en historische ontwikkelingen, en je wordt aangemoedigd om vanuit een productieve dialoog connecties tussen de disciplines Geschiedenis en Antropologie te leggen. Je leert te onderzoeken op welke wijze samenlevingen en hun onderlinge connecties in heden en verleden samenhangen aan de hand van een grote variëteit aan onderzoekstechnieken en analytische benaderingen. Het antropologische perspectief dat in deze tweede major centraal staat biedt een grote variëteit aan onderzoekstechnieken en analytische benaderingen, zoals theorieën uit de sociale wetenschap, veldwerk, interviews, archiefonderzoek en de analyse van literatuur en gepubliceerd onderzoek. Het programma steunt op de expertise van de afdeling geschiedenis van de Faculteit der Letteren en de afdeling Antropologie van Faculteit der Sociale Wetenschappen.

Bachelorstudenten die al eerste major (hoofdvak) geschiedenis kiezen en als tweede major Geschiedenis in Antropologisch perspectief maken in het eerste jaar kennis met de verschillende historische specialiteiten die de afdeling geschiedenis aan de Vrije Universiteit te bieden heeft, nl. Oude Geschiedenis, Middeleeuwse en Vroegmoderne Geschiedenis, Contemporaine Geschiedenis en Global History.  In het tweede jaar volgt je vakken uit Global History en voor deze majorencombinatie geschikte vakken uit Contemporaine Geschiedenis. Daarnaast volgt je interdisciplinaire vakken, zoals History and Anthropology: Pasts in the Present en Percepties van het Verleden, en een Inleiding in de Antropologie. In het derde jaar leer je hoe je onderzoek kunt doen in onderzoekscolleges binnen Global History en eventueel Contemporaine geschiedenis. In 2009-2010 kun je bijvoorbeeld, wat Global History betreft, kiezen uit drie onderzoekswerkcolleges (van elk 10 stp): één over Netwerken rond de Indische Oceaan, één over Europa en de Pax Americana en  één over maritieme geschiedenis van 1600 tot heden. Daarnaast maakt je een keuze uit Antropologische vakken, zoals Identity and Ethnicity, Anthropology of Religion, Development and Globalization, en Culture, Democracy and Citizenship. Naast deze colleges in het tweede en derde jaar volgt je ook vakken als Historiografie, Theorie van de Geschiedenis en vakken over methoden en technieken van sociaal-wetenschappelijk onderzoek. De bachelorsstudie wordt afgerond met een scriptie op het snijvlak van geschiedenis en antropologie.

Het verdient sterke aanbeveling om ook (een deel) van de bijvak/minorruimte in te vullen met extra modulen Methode en techniek binnen Antropologie.

Majorcombinatie: Global History en Engelstalige letterkunde (Specialisatie Amerikanistiek)

Als je gefascineerd bent door de Verenigde Staten van Amerika dan is de majorcombinatie Engelstalige letterkunde en Global History echt iets voor jou. Hier word je Amerikanist en leer je of Amerika werkelijk zo’n uniek land met onbegrensde mogelijkheden is, of een land zoals velen. In het eerste jaar leer hoe je literaire en historische teksten kunt analyseren en vanaf het tweede jaar pas je die vaardigheden toe op belangrijke werken van de Amerikaanse literatuur en film. Bovendien leer je die te plaatsen in de Amerikaanse geschiedenis en de wereldgeschiedenis Waarom werd Amerika het machtigste land ter wereld? Waarom komen zoveel (literaire) Nobelprijswinnaars uit Amerika? Hoe kan het land van vrijheid en democratie een slavernijverleden hebben? Wat heeft Amerika te zoeken in Irak en Afghanistan. Deze studie leert je dit vreemde maar boeiende land beter te begrijpen.

Je kunt deze majoren-combinatie nog verder aanvullen met een minor Amerikaanse Geschiedenis. Het volgen van een stage van 3 maanden bij het John Adams Institute of het Roosevelt-Institute behoort ook tot de mogelijkheden en je zou ook een semester in Amerika kunnen studeren, bijvoorbeeld op Emory University waar we een uitwisselingsprogramma mee hebben. Na je bachelor kun je doorstromen naar de eenjarige master English Language and Culture of naar de master Geschiedenis en als je geïnteresseerd bent in wetenschappelijk onderzoek dan kun je de onderzoeksmaster letterkunde of geschiedenis doen. Je kunt journalist, tekstschrijver, leraar worden van beroep en je hebt een streepje voor als je bij een Amerikaans bedrijf wilt werken of als je daar later wilt gaan werken.
© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl