Griekse en Latijnse taal en cultuur

Tijdens de driejarige bacheloropleiding GLTC krijg je gedegen scholing in Grieks en Latijn. Je bestudeert vormleer, syntaxis en literatuur. Nauwkeurig vertalen blijft tijdens je hele opleiding een belangrijk onderdeel. Hierbij besteed je aandacht aan de kleinste details; alleen dan ontwikkel je gevoel voor de fijne nuances van een tekst. 

De opleiding Griekse en Latijnse taal en cultuur bestaat uit twee hoofdvakken, zogenoemde majoren. Wil je de wisselwerking tussen de Griekse en Latijnse culturen in de oorspronkelijke talen bestuderen? Kies dan de majoren Grieks en Latijn. Voor het bachelordiploma GLTC zijn deze twee majoren ook verplicht. Maak je liever een andere combinatie, bijvoorbeeld Grieks met Oudheidkunde of Latijn met Nederlandse letterkunde? Dat kan ook. Kijk hier voor de combinatie mogelijkheden.

Eerste jaar

In het eerste jaar vergroot je je taalvaardigheid in beide talen. Bij Grieks lees je onder andere teksten van de filosoof Plato en bij Latijn onder andere Suetonius’ biografie van Keizer Claudius. Daarnaast volg je de volgende vakken: Oude geschiedenis, Archeologie en Academische vaardigheden. Kijk voor uitgebreide vakomschrijvingen in de studiegids.

Vanaf het eind van het eerste jaar besteed je steeds meer aandacht aan de interpretatie van teksten. Hierbij kijk je niet alleen hoe je zelf denkt over een tragedie van Euripides of een boek van Vergilius' Aeneis; je bestudeert ook welke opvattingen de geleerden in de loop van de tijd over een tekst hebben voorgesteld. Je raakt vertrouwd met commentaren en andere wetenschappelijke publicaties over de klassieke auteurs.

Door het ruime aanbod cultuurvakken krijg je ook oog voor de leefwereld van mensen in de oudheid. Je leert hoe ze functioneerden in hun sociale, politieke en economische context, hoe ze zich opstelden tegenover de eeuwige mysteries van liefde en dood, hoe ze hun vertrouwen op de goden stelden en hoe ze dachten over het ontstaan van de materiële wereld. Kortom, je maakt direct contact met de mens van toen.

Tweede en derde jaar

In het tweede jaar lees je werk van onder meer Homerus en Vergilius. Je verdiept je onder andere in Griekse en Latijnse taalkunde en Literatuurgeschiedenis. In de eerste helft van het derde jaar heb je vervolgens vrije keuzeruimte, die je naar eigen inzicht invult. Dit doe je met een minor, bijvoorbeeld vakken die je specialisme ondersteunen. Ook kun je studeren in het buitenland of een stage lopen. In de tweede helft van het derde jaar volg je interpretatiecolleges Grieks en Latijn, en je maakt een excursie naar Italië, Griekenland of Turkije. De opleiding sluit je af met een scriptie, waarbij een docent van de opleiding je begeleidt.

Kijk voor vakomschrijvingen per major, per studiejaar in de studiegids.

Verdere verbreding en verdieping

In het totale bachelorprogramma is de ruimte voor de minor minimaal 20 en maximaal 30 studiepunten, te vullen met onderdelen van minimaal 10 studiepunten en te kiezen in het tweede en/of derde jaar.

Deze minor is bedoeld ter verbreding of verdieping van de eerste major of de combinatie van majoren en is zoveel mogelijk een samenhangend geheel van onderdelen. Per opleiding of combinatie van majoren zijn aanbevolen minorpakketten vastgesteld. Deze zijn te vinden bij de betreffende opleiding. In principe is de minor vrije keuze, maar bij bepaalde majorcombinaties wordt de minorruimte verplicht ingevuld, al of niet met het oog op aansluiting op bepaalde masteropleidingen, zoals de lerarenopleidingen.

Kijk hier voor meer informatie over de minoren en keuzevakken.

Jaarindeling

Het jaar is ingedeeld in twee semesters, die elk bestaan uit 3 perioden: 2 perioden van 8 weken en 1 periode van 4 weken. De perioden van 8 weken bevatten 7 weken college, gevolgd door een tentamenweek. Week 7 kun je ook invullen als inhaalweek, herhalingsweek, voor proef- of deeltentamen, dagexcursie of vragenuurtje. De lesstof moet je dan indelen in 6 weken.

De periode van 4 weken (de maanden januari en juni) is bestemd voor zelfstudie, het afronden van werkstukken en intensieve cursussen of excursies. 
 
Tentamenweken
Er zijn 6 tentamenweken per jaar, aan het eind van iedere periode. Voor ieder tentamen heb je in principe 1 herkansing.

Jaarschema GLTC

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl