Kunstgeschiedenis
Majorbeschrijving
Het bachelorprogramma bestaat uit twee majoren (hoofdvakken): Beeldende kunst en Architectuurgeschiedenis. Één van beide kies je als eerste major.
Beeldende Kunst
De major Beeldende kunst richt zich op de bestudering van schilderijen en beeldhouwwerken, maar ook van tekeningen, prenten, fotografie en videokunst, installatiekunst en performance. Daarbij gaat het in hoofdzaak telkens om de geschiedenis, het ontstaansproces, de interpretatie en receptie van kunstwerken. In deze major maak je een keuze tussen de specialisaties 300-1800 of 1800-heden. In het eerste jaar krijg je een breed overzicht van de geschiedenis van de Westerse beeldende kunst uit de periode 300 – heden en maak je kennis met de verschillende aspecten en benaderingswijzen van het vakgebied. Jaar 2 is verdiepend en meer probleemgericht van opzet. Zo staat in de cursus ‘Vooruitgang en traditie’ de vraag centraal of er wel sprake is van vooruitgang in de kunst. Dit jaar wordt afgesloten met een excursie naar Florence. In het derde en laatste jaar volg je een werkcollege dat voortkomt uit lopend onderzoek van de docenten en schrijf je een scriptie die aansluit op een door je zelf gekozen specialisatie. Tevens is er ruimte voor een studieverblijf in het buitenland of een stage. De major Beeldende Kunst kent een tweemajorenstructuur. Dat wil zeggen dat je de major altijd combineert met een tweede major.
Architectuurgeschiedenis
De major Architectuurgeschiedenis richt zich vooral op de bestudering van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur en is toegespitst op geschiedenis, ontstaansprocessen, interpretatie en receptie. In het eerste jaar krijg je een breed en internationaal overzicht van de geschiedenis van de Westerse architectuur uit de periode 300 – heden en maak je kennis met de verschillende aspecten en benaderingswijzen van het vakgebied. In het tweede jaar leer je het beroepsveld van de architectuurhistoricus kennen en volg je drie themablokken (Architectuur, Stedenbouw en Landschapsarchitectuur) waarin je je probleemgericht verdiept in het vakgebied en Nederlandse casussen in relatie tot theorie en praktijk in het buitenland onderwerp van studie zijn. De drie aspecten architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur worden aan de VU gelijkwaardig behandeld. Dit jaar wordt afgesloten met een excursie naar Florence. Vanaf jaar twee kun je al een persoonlijke invulling geven aan de vrije ruimte. Daarvoor worden vakken aangeboden op meer specifieke gebieden Biografie van het landschap (opstap naar de master Erfgoed van stad en land) en Historisch Amsterdam. Je kunt ook kiezen voor een stage of een verblijf in het buitenland. In het derde en laatste jaar volg je een werkcollege dat voortkomt uit lopend onderzoek van de docenten en schrijf je een scriptie die aansluit op een door je zelf gekozen specialisatie. De major Architectuurgeschiedenis kent een tweemajorenstructuur. Dat wil zeggen dat je de major altijd combineert met een tweede major.
Mogelijke majorcombinaties Kunstgeschiedenis