Home > Onderwijs > Masteropleidingen 2012-2013 > Museumconservator > Professionals over de master

Professionals over de master


Stevige bagage voor een museumloopbaan
 
Sinds het masterprogramma Museumconservator in 2003 van start ging, is het bijna vanzelfsprekend geworden dat een jonge kunsthistoricus de mogelijkheid heeft om met een stevige bagage aan een museumloopbaan te beginnen. De wat oudere generaties – waartoe ik inmiddels behoor – kunnen er van getuigen dat dit een meer dan voortreffelijke mogelijkheid is om de vereiste ervaring op te doen.

De geïnteresseerde student van toen moest zelf een museumstage optuigen van drie tot zes maanden. Dat leidde zelden tot een doordacht pakket: men draaide gewoon mee in de museumpraktijk van alledag of werd juist op een project gezet, met alle eenzijdigheid van dien. Velen leerden het museumvak ook pas nadat ze een baan bij een museum kregen. Met de opleiding tot museumconservator is er nu eindelijk de kans om mondig en goed voorbereid bij een museum aan de slag te gaan.
- Sjraar van Heugten (Voormalig Hoofd Collecties Van Gogh Museum)

Conservator: aantrekkelijke combinatie van theorie en praktijk
Ik ben niet meteen na de universiteit conservator geworden. Niet omdat ik de museumpraktijk niet kende. Integendeel. Ik had tijdens mijn studie in Utrecht een stage van drie maanden in het Rijksmuseum gedaan, bij de educatieve dienst. Die afdeling trok in die tijd veel aandacht door zijn nieuwe aanpak, gericht op scholieren, en het toegankelijk maken van exposities voor een breder publiek. Dat paste in de toen aan de gang zijnde democratiseringsbewegingen. Het werk bood mij persoonlijk echter te weinig uitdaging.

Ik besloot om me na mijn afstuderen op een universitaire loopbaan te richten en werd aangenomen bij het Kunsthistorisch Instituut in Amsterdam. Ik had toen al twee publicaties op mijn naam staan en werkte aan een derde, gebaseerd op mijn doctoraalscriptie. Door contacten met het Frans Halsmuseum kon ik meewerken aan een expositie over het onderwerp waarop ik was afgestudeerd. Daar kreeg ik de smaak van het museumwerk te pakken. Het verrichten van praktisch onderzoek, het schrijven van artikelen voor een catalogus, het samenstellen van een tentoonstelling en alles wat daarbij komt kijken: ik was verkocht.

Ook de bonte wereld van museummedewerkers, kunsthandelaren, verzamelaars en kunstenaars beviel me. Hun toewijding en passie werkte aanstekelijk. Zonder passie is het beroep van museumconservator denk ik niet goed uit te oefenen. Voor mij is het in ieder geval mijn lust en mijn leven geworden. Voor studenten die graag onderzoek doen en theorie met praktijk willen verbinden is het masterprogramma Museumconservator een unieke kans om uit te vinden of de museumpraktijk hen ligt.
- Marjan Boot (Conservator Stedelijk Museum Amsterdam)

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam
Zie ook

spamfuik@vu.nl