De Faculteit der Letteren kent een twee-majorenstructuur. De opleiding Kunstgeschiedenis bestaat uit twee majoren: Architectuurgeschiedenis en Beeldende kunst. Hoewel het mogelijk is andere keuzes te maken, ligt een combinatie van de major Architectuurgeschiedenis en de major Beeldende kunst voor de hand voor de student die tot kunsthistoricus wil worden opgeleid. Hij/zij krijgt in de bachelorfase kennis van en inzicht in de geschiedenis van de westerse architectuur en beeldende kunst. Tevens leert hij vaardigheden die voor de bestudering van deze kunstvormen en voor de uitoefening van het vak nodig zijn.
Hoewel een student kunstgeschiedenis al bij aanvang van de studie een keuze maakt voor architectuurgeschiedenis of beeldende kunst als eerste en tweede major, kan hij, na overleg met de studieadviseur, deze keuzevolgorde aan het einde van het eerste jaar omdraaien.
De volgende majoren kunnen met Architectuurgeschiedenis gecombineerd worden:
-
Beeldende kunst
-
Algemene cultuurwetenschappen
-
Contemporaine geschiedenis
-
Middeleeuwen/Vroegmoderne geschiedenis
De volgende majoren kunnen met Beeldende kunst gecombineerd worden:
-
Architectuurgeschiedenis
-
Algemene cultuurwetenschappen
-
Contemporaine geschiedenis
-
Middeleeuwen/Vroegmoderne geschiedenis
Behalve de studieonderdelen binnen de twee majoren zijn er ook nog een aantal algemene vakken binnen het algemeen deel en heeft de opleiding een minorruimte (keuzeruimte).
Het algemene, vakoverschrijdende programma biedt de student vaardigheden en kennis die binnen afdeling Kunst en Cultuur van algemeen belang zijn. Het minorprogramma biedt mogelijkheden voor eigen, interdisciplinaire accenten; ook studeren in het buitenland of een stage is binnen dit programma mogelijk.
Overzicht van de opleiding Kunstgeschiedenis (pdf)